• Woensdag, 24 April 2019
  • 19 Nisan, 5779

Likoed Nederland

Foute feiten over Israël in Nederlandse schoolboeken

Dinsdag, November 13, 2012 / Last Modified: Vrijdag, Januari 12, 2018

Actiesucces van Likoed Nederland, 13 november 2012.

 

Verscheidene verontwaardigde ouders en leerlingen ons op onjuiste informatie over het Arabisch-Israëlische conflict in drie schoolboeken. Het gaat om de volgende boeken:

  1. ‘Wereldwijs’, VMBO examenprogramma aardrijkskunde, van Uitgeverij Malmberg.
  2. ‘Memo’, geschiedenismethode voor het middelbaar onderwijs, eveneens van Uitgeverij Malmberg.
  3. ‘Wijzer door de wereld’, aardrijkskunde voor groep 8, van Uitgeverij Noordhoff.

Wij hebben de uitgevers van bovenstaande boeken benaderd om hen te wijzen op de foute informatie en daarbij gevraagd om de lesstof over het Arabisch-Israëlische in hun uitgaven te herzien.

Dat heeft drie maal succes opgeleverd! De uitgevers reageerden als volgt:

  1. Wereldwijs: “Een nieuw auteursteam heeft inmiddels een compleet nieuwe editie van Wereldwijs voor vmbo bovenbouw geschreven. Deze editie is ontwikkeld voor het nieuwe examenprogramma vmbo aardrijkskunde dat per augustus 2013 van start gaat. De door u genoemde citaten komen niet terug in de nieuwe editie van Wereldwijs voor vmbo bovenbouw.”
  2. Memo: “In onze nieuwste editie hebben wij de feiten uiteraard weer opnieuw bekeken en ook opnieuw nuancering aangebracht waar nodig. Leerlingen moeten leren om een eigen mening te vormen en als één dilemma in de moderne geschiedenis ons kan leren dat overal 2 kanten aan zitten, dan is dat wel deze kwestie. Dat is het onderliggende leerdoel voor deze paragraaf. In die zin ben ik blij met uw reactie, het houdt ons scherp en zo hoort dat ook. … Ik zal er ook in de toekomst op toe zien dat we op de juiste wijze tegenwicht blijven bieden.”
  3. Wijzer door de Wereld: “Wij zullen uw opmerkingen meenemen bij het ontwikkelen van een nieuwe editie van Wijzer door de wereld. Ik wil u hartelijk danken voor uw kritische opmerkingen. Het helpt ons om complexe situaties als die in het Midden-Oosten nog zorgvuldiger in onze leermiddelen te beschrijven en weer te geven.”

Uiteraard is Likoed Nederland verheugd dat onze kritiek ter harte wordt genomen.

Maar het is een trieste zaak dat onze actie nodig was om een foute, vertekende of merkwaardige weergaven te corrigeren in de boeken waar onze jeugd uit leert.

Daar zou je toch een hogere kwaliteitsstandaard mogen verwachten.

 



 

Hieronder volgen de betreffende passages uit de schoolboeken en ons commentaar.

 

‘Wereldwijs’ examenprogramma VMBO aardrijkskunde, uitgeverij Malmberg

 

“Niettemin is de wateraanvoer door de Jordaan van levensbelang voor Israël. De belangrijkste bronnen liggen in Libanon en Syrië. Daardoor is de wateraanvoer erg kwetsbaar. Daarom ook houdt Israël sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 de Golanhoogte bezet. Op deze wijze zijn de bronnen van de Jordaan voor Israël veiliggesteld.”

De verklaring – zoals algemeen geaccepteerd – is dat de bezetting van de Golanhoogte noodzakelijk is vanuit militair oogpunt, mede omdat Israël voor 1967 daarvandaan voortdurend beschoten werd. Als Israël in de oorlog van 1973 niet de Golanhoogte had gehad, was de ellende voor Israël niet te overzien geweest.

 

“Om dezelfde reden is de westelijke Jordaanoever bezet. De waterhoudende lagen in de ondergrond voorzien Israël voor eenderde deel in de waterbehoefte. Over de waterverdeling hebben de staten aan de oevers van de Jordaan afspraken gemaakt. Maar of het water eerlijk verdeeld wordt valt te betwijfelen. ( Palestijnen op waterrantsoen)”

Ook hierin is de militaire verklaring dominant. Zonder Westelijke Jordaanoever is Israël slechts 15 km breed. Niet voor niets stelt de befaamde VN resolutie 242 dat Israël in ruil voor (gedeeltelijke) terugtrekking recht heeft op ‘veilige en erkende grenzen’.

Overigens kreeg Israël de Westelijke Jordaanoever in handen omdat het Arabische land Jordanië in 1967 een oorlog tegen Israël begon. Ook hier is de ontstane situatie het gevolg de militaire actie, dus van het Arabische handelen.

Wat betreft de waterverdeling zijn er afspraken gemaakt in de vredesakkoorden, waarmee de Palestijnen hebben ingestemd.

Inmiddels levert Israël trouwens 60% meer water dan daarin afgesproken, door toegenomen capaciteit (zie ook het volgende punt). Dat Palestijnen toch soms (plaatselijk) watertekorten hebben ligt vooral aan de vele lekkages – als gevolg van het niet plegen van onderhoud aan leidingen – en aan het achterwege laten van waterzuivering, waterrecycling en waterontzilting. Hiermee handelen de Palestijnen in strijd met de vredesakkoorden. Ook bij dit punt wordt weer deze eigen verantwoordelijkheid van de Arabieren weg gelaten.

 

“Veel Israëliërs vinden daarom dat Israël zich niet kan veroorloven zich volledig terug te trekken uit de bezette gebieden. Vooral de garantie te kunnen beschikken over voldoende zoet water op langere termijn zal daarbij een belangrijke rol spelen.”

Dit is totale fantasie, zeker in het licht van het feit dat Israël zo veel zeewater-ontziltingsinstallaties heeft gebouwd en bouwt dat vanaf 2013 het land een zoetwater overschot zal kennen.

 

 

‘Memo’ geschiedenismethode voor het middelbaar onderwijs, Uitgeverij Malmberg

 

“De stichting van de staat Israël was een ramp voor de Palestijnen.”

Dat kwam omdat de Arabieren de door de VN in 1947 voorgestelde tweestatenoplossing afwezen en Israël massaal aanvielen.

In de woorden van generaal Azzam Pasha van de Arabische Liga: “Dit wordt een oorlog van uitroeiing, een enorm bloedbad waarover gesproken zal worden als dat van de Mongolen en de Kruistochten.” Het was dus een zelf gecreëerde ramp.

 

“In 1948 vluchten 750.000 Palestijnen weg uit hun woongebieden en kwamen terecht in vluchtelingenkampen in Arabische buurlanden.”

Een groter aantal Joden – ongeveer 1 miljoen – moest vluchten uit de Arabische landen. Die werden echter wel geïntegreerd in de Israëlische samenleving en vormen dus niet meer een ‘vluchtelingenprobleem’. Het Palestijnse vluchtelingenprobleem is dus eveneens een door de Arabieren bewust gecreëerde toestand. Die overigens voor de Palestijnen zelf mensonterend is; complete generaties worden opgesloten gehouden in kampen.

 

“Een weg terug was er niet, want Israël weigerde hen toe te laten.”

Dit is onjuist, het moet zijn: ‘Een weg terug was er niet, want die mocht niet van de Arabische leiding’. Het Arabisch Hoger Commando verklaarde: “Het is ondenkbaar dat de vluchtelingen terug gaan. Het zou een eerste stap zijn in de richting van Arabische erkenning van de staat van Israël.”

 

“Degenen die wel gebleven waren, voelden zich voortaan tweederangsburgers in eigen land.”

De Arabieren in Israël waren nu inderdaad een minderheid. Alle landen in het Midden-Oosten kennen minderheden.

Maar juist nergens hebben minderheden zo veel burgerrechten als in Israël. Hun rechten zijn veel beter gewaarborgd dan die van joden, christenen, bahai, homo’s of vrouwen in de islamitische landen. Zie bijvoorbeeld de jaarlijkse meting van de mensenrechtenorganisatie Freedom House.

 

“In deze situatie ontstonden veel terreurorganisaties, onder de Palestijnen die zich in 1964 verenigden in de PLO, de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, onder leiding van Yasser Arafat.”

Hier wordt gesuggereerd dat de terreurorganisaties als doel hadden om op te komen voor de rechten van Arabieren.

Dat is niet het geval. Het verklaarde doel – zoals vastgelegd in het Handvest van de PLO – was de vernietiging van Israël, door middel van terreur tegen Israëlische burgers.

 

‘Wijzer door de wereld’, aardrijkskunde voor groep 8, Uitgeverij Noordhoff.

 

De reactie betreft de paragraaf ‘Oorlog en ruzie’: ten eerste worden daarin wereldwijd slechts twee conflicten genoemd (de verdeling van het water van de rivier de Eufraat en het Arabisch-Israëlische conflict).

Opvallend in die keuze is:

  1. Het zijn allebei conflicten in het Midden-Oosten.
  2. In beide gevallen voelen Arabieren zich benadeeld, althans volgens de tekst.
  3. Beide conflicten zijn relatief klein (gemeten in aantallen doden van conflicten na de Tweede Wereldoorlog komen ze niet voor in de top-50).

 

Dan worden er slechts vijf beweringen gedaan, die echter allemaal merkwaardig of onjuist zijn:

 

1. “In Israël hebben de Joden en Palestijnen al jaren ruzie.”

De juiste kwalificatie is hetzij ‘joden en moslims’ hetzij ‘Israëli’s en (Palestijnse) Arabieren’. Immers, maar liefst 20% van alle Israëli’s is moslim.

 

2. “Israël heeft land afgepakt van de Palestijnen.”

Dit is onjuist. Israël bouwt op staatsgrond, eigen bezit of land dat om redenen van algemeen belang onteigend is, waar een vergoeding voor wordt betaald. Of wellicht bedoelt u dat grenzen nog niet duidelijk zijn. Dan is het zo dat Israël gebied heeft verkregen nadat het was aangevallen in 1967 door haar Arabische buren. Vervolgens is vastgelegd in VN resolutie 242 en in internationale verdragen dat de grenzen nog vastgesteld zullen worden, in overleg. Hoe dan ook, ‘afgepakt’ is er niets.

 

3. “Israël heeft een watertekort door droge winters en hete zomers. Soms sluit de regering van Israël de waterleidingen naar de Palestijnse gebieden af.”

Wij nemen aan dat hier sprake is van een misverstand. Israël sluit nimmer het water af. Integendeel, Israël levert juist tientallen procenten meer water dan waartoe het zich in diezelfde internationale verdragen toe verplicht heeft.

Overigens neemt de waterschaarste snel af, Israël wordt naar verwachting zelfs vanaf eind 2013 een water exporteur, dankzij de bouw van ontziltingsinstallaties.

 

4. “Er zijn verschillende godsdiensten op de wereld: het Jodendom, het Christendom en de Islam.”

Hier laat u veel wereldgodsdiensten weg, dat zal schokkend zijn voor – bijvoorbeeld – hindoeïstische schoolkinderen.

 

5. “Meer dan de helft van de olie komt uit het Midden-Oosten. Vrede in het Midden-Oosten is voor alle landen belangrijk.”

U zegt hier feitelijk dat oorlog vooral erg is als het onze olietoevoer in gevaar brengt. Dat kan uw bedoeling toch niet zijn?

 

'Wijzer door de wereld'‘Wijzer door de wereld’

-- Reacties gesloten.